Situering

Beleidsaanbevelingen

Stand van zaken

Interessante links

Contact

 

Situering

Landschappelijke infrastructuren op het platteland worden meestal aangelegd op terreinen die in eigendom zijn van openbare besturen. Naast de aanlegkost is er ook de beheerskost, die jaarlijks wordt gedragen door deze besturen. In de praktijk begint in sommige regio’s de beheerskost de bepalende factor te zijn voor het al dan niet uitvoeren van inrichtingswerken. Tegelijkertijd zijn lijnvormige infrastructuren soms in beheer van verschillende instanties, waarbij niet duidelijk is wie de coördinatie voor dit beheer moet doen.
De toenemende vraag naar recreatieve ontsluiting en landschappelijke opwaardering van het platteland kan maar worden beantwoord als er tegelijkertijd wordt gesleuteld aan een efficiënt, betaalbaar en goed gecoördineerd beheer van deze infrastructuur.

 

Zowel provincies, gemeenten als regionale landschappen nemen het onderhoud en herstel van landschappelijke infrastructuren op zich. De financiering voor het onderhoud van deze infrastructuur is voor landelijke besturen moeilijk te dragen, de middelen en kennis zijn niet altijd aanwezig, en ook machines of personeel zijn niet altijd beschikbaar.
In sommige gebieden nemen regionale landschappen initiatieven om de coördinatie van het beheer te doen, in andere gebieden nemen de provincies hierbij het voortouw. Soms kan tijdelijk personeel komende vanuit speciale tijdelijke tewerkstellingsprojecten ingezet worden. In andere gevallen worden landbouwers (coöperatieven) ingeschakeld om in te staan voor het beheer.

Als het recreatief medegebruik en de landschappelijke opwaardering van het platteland belangrijke doelstellingen zijn, dan moet gezocht worden naar alternatieve, vernieuwende mogelijkheden om deze onderhoudskosten mee te laten financieren. Het is belangrijk dat bij het inrichten reeds in een vroeg stadium de onderhoudsproblematiek in overweging wordt genomen.

terug naar boven

 

Beleidsaanbevelingen

In 2006 werd een themagroep opgericht die eerst de problematiek scherper in beeld bracht. VLM voerde een diagnose uit. Het studiewerk resulteerde begin 2008 in een eindrapport (rapport, bijlagennota) en een beknopte publicatie.

In september 2008 formuleerde de themagroep op basis van deze resultaten en eigen bevindingen beleidsaanbevelingen. Een algemene beleidsaanbeveling omvat de visie van de themagroep, specifieke beleidsaanbevelingen omvatten instrumenten die deze visie in de praktijk kunnen omzetten. Concreet werd het instrument ‘Loket Onderhoud Buitengebied’ (LOB) voorgesteld. De themagroep formuleerde niet alleen oplossingen voor het door het bestuurlijk overleg geformuleerde probleem, maar ook enkele beleidsaanbevelingen inzake flankerend beleid zoals Vlaamse cofinanciering voor projectuitvoering, gemeentelijke financiering, beheerovereenkomsten, code voor goede praktijk en extra aandacht voor klein historisch niet-beschermd erfgoed.

De beleidsaanbevelingen werden op 30.09.2008 voorgelegd aan het bestuurlijk overleg (synthese). Het bestuurlijk overleg stelde geen bijkomende vragen inzake de problematiek. De vraag naar het verloop van de regie van het regulier onderhoud werd voldoende onderzocht. Het bestuurlijk overleg was het eens met de voorgestelde bovengemeentelijke aanpak van de regie van het landschapsonderhoud.

De uitgewerkte principes van de beleidsaanbevelingen werden als mededeling op 05.12.2008 bekend gemaakt aan de Vlaamse Regering. Er werden geen opmerkingen geformuleerd. 

Op het bestuurlijk overleg van 21.04.2009 werd verduidelijkt dat, ondanks het ontbreken van politiek engagement, een technische werkgroep voorbereidend werk kan verrichten. De werkgroep kan zoeken naar een evenwicht tussen het ideale versus het wenselijke of het realistische versus het haalbare. Uitgangspunten daarbij zijn praktijkgerichtheid en haalbaarheid. Daarna kunnen op politiek niveau beslissingen genomen worden. 

 

terug naar boven

Stand van zaken

In 2009 werd het debat na de Vlaamse verkiezingen heropend. De technische werkgroep ijverde voor een structurele financiering van het instrument LOB maar dit bleek zowel vanuit het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie als het beleidsveld Plattelandsbeleid, begrotingstechnisch niet mogelijk. De Vlaamse Landmaatschappij werkte in 2010 op basis van de beleidsaanbevelingen een modelproject uit. Dit modelproject omschrijft de rol en het takenpakket van een LOB.

In eerste instantie wordt verwezen naar het PDPO waar de mogelijkheid bestaat om voor 2 jaar een LOB te financieren. De handleiding werd teruggekoppeld op het bestuurlijk overleg, vervolgens met alle provinciale coördinatoren en de provinciale beleidscommissie. Ook de provincies blijven streven naar structurele onderbouwing van het instrument LOB. Zo kan het LOB op termijn iets zijn voor het plattelandsfonds. In afwachting van de concrete vorm die het plattelandsfonds krijgt, kan het PDPO tijdelijk dienst doen om een aantal LOB-projecten (pilootprojecten) te laten starten. Als blijkt dat de vraag naar het instrument groot is, kan dit op termijn leiden tot  een structurele financiering van het instrument, als dit begrotingstechnisch mogelijk is.

Kandidaat-promotoren (regionale landschappen, gemeenten, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden) kunnen zich laten inspireren  door het modelproject en dit via een projectfiche vertalen naar hun werkingsgebied. Belangrijk daarbij zijn gemeentelijk engagement, een goede voorbereiding en de overlevingskansen van het LOB na de projectperiode. Het is logisch dat de promotor een goed zicht heeft op de actoren binnen het voorgestelde werkingsgebied (zie voorbeeld van een actorenanalyse als bijlage bij het modelproject). Indieners kunnen rekenen op gedegen provinciale ondersteuning bij de opmaak van hun dossier. Betrokkenheid van de provincies in de projectvoorstellen kan ook in overweging genomen worden. Aan u dus de kans om als eerste in Vlaanderen met een LOB te starten! U neemt best contact op met de plattelandscoördinator in uw provincie.  

 

terug naar boven

Interessante links

- regionale landschappen
- VVSG
- agro-aanneming
- inverde
- IGO Leuven
- IKL
- Nederlandse website over landschappelijke verommeling
- Artikel 'Kosten én Kansen' in het kwartaalblad Landgenoten (januari 2011)
- Prima plattelandsproject 2010 'Duurzaam behoud Haspengouws landschap' (januari 2011)

terug naar boven

Contact


Voorzitter - themacoördinator technische werkgroep:

Peter Vleugels
Vlaamse Landmaatschappij
Afdeling Platteland
Dienst Vlaams Geïntegreerd Plattelandsbeleid en Advisering
peter.vleugels@vlm.be
02/543.73.44

terug naar boven