Situering

Advies

Opvolging

Contact


Situering

De wettelijke bepalingen in het kader van de Vlaamse Wooncode maken geen onderscheid in functie van het al dan niet landelijke karakter van de gemeenten. Nochtans zijn er duidelijke verschillen in de rurale versus urbane woonsituatie. Bovendien blijkt dat ook binnen het Vlaamse rurale gebied een vrij grote onderlinge diversiteit bestaat. Sommige gebieden zijn zowel functioneel als morfologisch-landschappelijk nog sterk ruraal, terwijl ander gebieden weliswaar morfologisch nog wel ruraal aandoen, doch functioneel-sociologisch duidelijk sterk interageren met het stedelijke gebied.


 

Specifieke karakter van de Vlaamse plattelandsgemeenten:
- een zeer beperkt aandeel huurwoningen, dominantie van de eigendomssector.
- nagenoeg alle Vlaamse plattelandsgemeenten kennen een zeer beperkt aandeel sociale huurwoningen.
- globaal genomen is de kwaliteit van de particuliere huurwoningen minder goed op het platteland dan in het stedelijke gebied.
- het plattelandsgebied kent ook enkele zeer specifieke woonvormen die niet in het stedelijk gebied voorkomen (campingwonen, agrarisch wonen, …).


Omwille van de grotere afstand tussen woningen onderling, tussen voorzieningen onderling en tussen wonen en voorzieningen, stellen zich enkele specifieke problemen qua bereikbaarheid van voorzieningen vanuit het rurale residentiële gebied.
Plattelandsgemeenten zijn in vergelijking met stedelijke gemeenten beperkt qua inwonersaantal en bestuurskracht (personeelsuitrusting en budget). Dit heeft, in vergelijking met het stedelijke gebied tal van consequenties: er is sowieso minder aandacht (mogelijk) voor huisvesting, er is minder concrete kennis en deskundigheid aanwezig bij gebrek aan hoger opgeleid personeel, … Bovendien heerst er in het rurale gebied vaak ook – niet altijd louter latent – meer weerstand tegen woonvormen en –formules die afwijken van het klassieke verkavelingswonen met individueel woningbezit als normerende woonformule. Qua relatie tussen zorgverstrekking en wonen is de organisatorische schaal duidelijk verschillend van het stedelijk gebied. Dit geldt voor verschillende sociale groepen. De impact van deze beperkingen, eigen aan het rurale gebied, is vrij aanzienlijk. Samen met het vrijblijvende karakter van de bepalingen in de Vlaamse Wooncode aangaande een lokaal woonbeleid betekent dit dat wellicht weinig lokale besturen uit het rurale Vlaanderen eigenhandig een doelgericht woonbeleid zullen en kunnen opzetten om de hierboven vastgestelde knelpunten structureel te bestrijden.

Aan het IPO werd gevraagd hierover enkele beleidsaanbevelingen te formuleren.

terug naar boven

Advies

Het advies van de IPO-Themagroep werd voorgelegd aan het Bestuurlijk overleg op 30-01-2006.  De samenstelling van deze themagroep kan u hier raadplegen.

Opvolging

- 09-06-2006: IPO-advies voorgelegd als mededeling aan de Vlaamse Regering (VR/2006/0906/Med01)                                                                                                                                                                             - 02-2007: Reactie op het advies door Minister Keulen, Minister van Wonen,  Inburgering, Stedenbeleid en Binnenlands Bestuur.
- 08-2007 Antwoord van IPO op brief Minister Keulen 
- 10-2007 Antwoord Mininster Keulen op brief IPO 
- 13-12-2007: Mededeling van Marc Mahieu, kabinetsmedewerker van Minister Keulen, op Bestuurlijk Overleg: 
'In 2008 zal 2,8 miljoen euro worden uitgetrokken ten behoeve van lokaal woonbeleid, ter ondersteuning van   intergemeentelijke samenwerking. De aanbeveling naar sensibilisering met betrekking tot de sociale verhuurkantoren is gebeurd begin 2007, zowel naar huurders als verhuurders.'


Contact
Voor meer informatie, contacteer de algemeen coördinator van het IPO:
ipo@vlm.be
02/543.69.73

terug naar boven