Situering

Advies

Opvolging

Contact

Situering

Het deelthema "Welzijn en gezin" is een onderdeel van het thema "Kwaliteit en bereikbaarheid van voorzieningen in landelijke gebieden". De themagroep opteerde immers om dit thema op te splitsen in zes deelthema’s:

Deelthema 1: Voorzieningen voor dagelijkse behoeften
Deelthema 2: Welzijn en gezin
Deelthema 3: Gezondheid
Deelthema 4: Onderwijs
Deelthema 5: Openbare diensten
Deelthema 6: Sport cultuur en vrije tijd

De deelthema’s worden elk afzonderlijk behandeld met aandacht voor de verschillende doelgroepen, knelpunten, uitdagingen en beleidsopties. Ze worden elk binnen een opgemaakt theoretisch kader uitgewerkt.

Veranderingen in voorzieningenniveau doen zich in heel Vlaanderen voor en niet specifiek in het landelijk gebied. Het leefbaarheids'probleem' is op het platteland - net als in de stad - geen algeméén maar een doelgroepenprobleem.

Op het platteland lijkt vooral de geringere mobiliteit van jongeren en ouderen een knelpunt te zijn. De bestuurlijke en organisatorische schaalvergroting leidt ertoe dat inwoners van het platteland letterlijk steeds verder af komen te staan van publieke functies als overheid, onderwijs, cultuur en gezondheidszorg. Bepaalde groepen zullen die afstand niet zonder meer kunnen overbruggen. Dit vraagt dan ook om specifieke gerichte acties en aandachtspunten.

Problemen zijn er vooral te verwachten voor de toekomst. Vergrijzing en de trend dat ouderen steeds langer thuis blijven wonen, zorgen ervoor dat steeds meer ouderen hulp dicht bij huis nodig hebben. Dit leidt tot een nieuwe vraag naar diensten en voorzieningen op lokaal niveau. Het gaat om basisvoorzieningen, vrijetijdsvoorzieningen, eerste- en tweedelijnsvoorzieningen, onderwijsvoorzieningen en sociale en openbare diensten.

Ten tweede is de verwachting dat de vraag naar voorzieningen (zoals kinderopvang, thuiszorg,…) verder stijgt, ook op het platteland. Tegelijk met deze veranderende vraag staat het aanbod onder druk. Maar ook de informele zorg en opvang staan onder druk, doordat mensen steeds minder tijd hebben voor het bieden van hulp aan buren en familie. Met het oog op de toekomst is er dus alle reden om op lokaal niveau het huidige aanbod onder de loep te nemen en opnieuw af te stemmen op de vraag - die van nu en de nabije toekomst.

terug naar boven
Situering van het deelthema

De voornaamste problemen m.b.t. welzijn en gezin op het platteland hebben te maken met informatie, deskundigheid en de noodzakelijke voorwaarden rond infrastructuur, verenigingsleven en het sociaal leven.

Algemeen

Voor een welzijnsbeleid op het platteland moet het beheer gecentraliseerd worden, maar tegelijkertijd de lokale autonomie verzekerd (subsidiariteitsbeginsel).

Voor onderzoek is het van belang de deelgemeenten als uitgangspunt te nemen, hoewel de gegevensinzameling beter gebeurt op regionaal niveau. Voor plattelandsgebieden is het belangrijk dat cijfermateriaal op een voldoende laag niveau wordt verzameld, d.w.z. op het niveau van deelgemeenten of statistische sectoren.
Veel subsidieverlening met betrekking tot welzijn is gebaseerd op inwonersdichtheid. Erkenningsnormen zouden moeten gedifferentieerd worden naar de dichtheden op het platteland. Zo zijn de erkenningsnormen voor dienstencentra in landelijke context te hoog. Alternatieven (vb. drie rusthuizen vragen samen één erkenning aan en verdelen het aantal uren over deze rusthuizen) moeten mogelijk gemaakt worden. Er is een duidelijke vraag van voorzieningen op het platteland om op een creatieve manier invulling te kunnen geven aan de diverse subsidiereglementeringen waardoor samenwerking kan gehonoreerd worden.

Netwerk van diensten

De drempel naar de openbare dienstverlening is hoog. Laagdrempelige infrastructuur is noodzakelijk opdat iedereen zou toegang hebben tot de voorzieningen. Op het platteland is de drempel hoger dan in de stad. De sociale druk is groot en bij het OCMW komt daar nog de negatieve connotatie bij. Bovendien verhoogt de procedure de drempel: het is de Raad voor Maatschappelijk Welzijn die oordeelt en daarin zetelen in een kleine leefgemeenschap vaak bekenden.
Om dit netwerk van diensten uit te bouwen op het platteland is er nood aan een dorpsoverleg, een goed werkend sociaal huis, een doordacht informatiebeleid en een beleid naar het opbouwen van deskundigheid. Het lokaal sociaal beleid is hier het ideale aanknopingspunt.

Infrastructuur, verenigingsleven en sociaal netwerk

Door de migratiestroom kennen sommige dorpen uit het platteland een bevolkingstoename, terwijl andere deelgemeenten een (vaak gevoelige) terugloop kennen. De bevolkingsterugloop en het vertrek van (jonge) dynamische gezinnen vermindert de draagkracht van een gemeenschap en wordt ook als een verarming van het dorpsleven gezien.
Het klassieke verenigingsleven leeft en wint nog steeds aan belang. Ook nieuwe vormen van engagement (dorpsraden,…) blijken in de lift te zitten. De invulling is weliswaar anders en meer op de omgeving gericht. Het engagement is ook korter: het gaat hier dikwijls over een engagement van bijvoorbeeld één jaar.

terug naar boven

 Advies

Het advies van de IPO-Themagroep werd voorgelegd aan het Bestuurlijk overleg op 11-12-2006. De samenstelling van de themagroep kan u hier raadplegen.

terug naar boven

Opvolging

Naar aanleiding van het advies werd het project Dorpsnetwerken voor zorg in een rurale omgeving (ZORO)opgestart.
IPO-advies voorgelegd op de Vlaamse Regering op 12-01-2007 (notulen van de vergadering)

terug naar boven

Contact

Voor meer informatie, contacteer de algemeen coördinator van het IPO:
ipo@vlm.be
02/543.69.73

terug naar boven